
Tjitse Smeding
Tamara Smeding schreef ‘Niemand weet hoe laat het is’, een indrukwekkend boek over haar man, de vorig jaar overleden kampioenstrainer Tjitse Smeding. Het boek is net verschenen. Noordtrot publiceert een paar delen uit dit bijzondere boek.
‘Hand in hand lopen we het ziekenhuis uit. Als we buiten zijn blijft Tjitse staan en slaat zijn armen om me heen. Hij zegt dat mij nodig heeft. Ik trek hem naar me toe en omhels hem of mijn leven ervan afhangt. Hij zegt dat hij weet hoeveel ik van hem houd, maar dat ik moet weten dat hij meer van mij houdt. Dat zegt hij altijd. Ik hou meer van jou.’
‘Hij moest eens weten hoe fout hij daarin is. We lopen naar het andere gebouw, waar Derk werkt. Ongemakkelijk geeft hij ons koffie. Zijn vrouw, Layla, had de uitslagen al gezien. Wat moet hij zeggen? Tjitse haalt laconiek zijn schouders op. Niets. Ook hier komen we wel weer doorheen. We halen grappige herinneringen op. Soms doe je rare dingen bij slecht nieuws. Grappen geven je het vermogen verder te gaan.
Op weg naar huis stoppen we bij Yankee Doodle en omdat het rond het middaguur is, bestellen we een hamburger, iets wat we normaal niet eten. Inderdaad, wij leven gezond en Tjitse heeft kanker. Het is een gezellige zaak, ingericht in Amerikaanse stijl. Overal wat te zien en gezellige muziek uit jukeboxen. Tjitse vertelt over eigenaar Jules, groot geworden met discotheken. Een bouwvakker die het roer omgooide en een imperium opbouwde. Hij had verteld dat het allemaal een kwestie van sfeer was. Mensen moeten zich goed voelen en er moet altijd iets te zien zijn. Hij zegt hoe gezellig hij het vindt, hoe hij genoten heeft van Amerika en zeker weet dat dat ook een land voor mij is. Hij zegt me dat we ernaartoe moeten en ik knik. We gaan naar Amerika. Hij, ik en ons kindje. Maar eerst moet hij beter worden. Ik vertel Tjitse hoe bizar hij is en blijft.
‘Waarom?’
‘Omdat je nog drie maanden te leven hebt en we grappen maken, toekomstplannen smeden en een hamburger eten. Maar dat is ook waarom ik van je hou. Je bent zo anders dan alle andere mensen.’
Hij haalt zijn schouders op. Het is in principe niet anders dan gisteren, alleen weten we nu wat we toen niet wisten. Hij zegt dat hij niet dood gaat.
‘Waarom?’
‘Ik voel het. Ik ga niet dood.’’
